Problemen oplossen

De onderstaande controlelijst kan u helpen bij het oplossen van problemen die zich met het apparaat kunnen voordoen.

Voordat u de onderstaande controlelijst doorneemt, moet u eerst de aanwijzingen voor aansluiting en gebruik controleren.

Algemeen

Het apparaat wordt niet van stroom voorzien.

Controleer de aansluiting. Controleer de zekering wanneer alles in orde is.

Als het apparaat wordt uitgeschakeld en het display verdwijnt, kan het apparaat niet worden bediend met de afstandsbediening.

t Schakel het apparaat in.

De elektrische antenne schuift niet uit. De elektrische antenne heeft geen relaisdoos.

Geen geluid.

Het volume is te laag.

De ATT-functie is ingeschakeld of de Telephone ATT-functie (als de interfacekabel of een autotelefoon is aangesloten op de ATT-kabel) is ingeschakeld.

De positie van de faderregelaar "FAD" is niet ingesteld op een systeem met 2 luidsprekers.

De CD-wisselaar is niet compatibel met de discindeling (MP3/WMA).

t Speel het bestand af met een CD-wisselaar van Sony die compatibel is met MP3 of speel het af met dit apparaat.

Geen pieptoon.

De pieptoon is uitgeschakeld (pagina 11).

Er is een optionele versterker aangesloten en u gebruikt de ingebouwde versterker niet.

De geheugeninhoud is gewist.

• De RESET toets is ingedrukt.

tSla opnieuw op in het geheugen.

De voedingskabel of de accu is losgekoppeld.

De voedingskabel is niet goed aangesloten.

Opgeslagen zenders en tijd zijn gewist. De zekering is doorgebrand.

Maakt geluid wanneer de positie van het contact wordt gewijzigd.

De kabels zijn niet goed verbonden met de voedingsaansluiting voor accessoires van de auto.

Het display verdwijnt van/verschijnt niet in het weergavevenster.

De dimmer is ingesteld op "DIM-ON" (pagina 12).

Het display verdwijnt als u op (OFF) drukt en deze toets ingedrukt houdt.

t Druk nogmaals op (OFF) op het apparaat en houd deze toets ingedrukt tot het display verschijnt.

De aansluitingen zijn vuil (pagina 15).

De functie voor automatisch uitschakelen werkt niet.

Het apparaat is ingeschakeld. De functie voor automatisch uitschakelen wordt geactiveerd nadat u het apparaat hebt uitgeschakeld.

tSchakel het apparaat uit.

De kaartafstandsbediening functioneert niet. Controleer of het isolatievel is verwijderd (pagina 4).

CD's/MD's afspelen

De disc kan niet worden geplaatst.

Er zit al een disc in het apparaat.

De disc is met kracht omgekeerd of in de verkeerde richting geplaatst.

De disc wordt niet afgespeeld.

Disc defect of vuil.

De CD-R's/CD-RW's zijn niet geschikt voor audiogebruik (pagina 14).

MP3-/WMA-bestanden kunnen niet worden afgespeeld.

De disc is niet compatibel met de MP3-/WMA- indeling en -versie (pagina 14).

MP3-/WMA-bestanden worden minder snel afgespeeld dan andere bestanden.

Bij de volgende discs duurt het langer voordat het afspelen wordt gestart:

een disc opgenomen met een ingewikkelde structuur;

discs die met Multi Session (meerdere sessies) zijn opgenomen;

discs waaraan gegevens kunnen worden toegevoegd.

De displayitems rollen niet.

Bij sommige discs met zeer veel tekens kunnen de tekens niet rollen.

"A.SCRL" is ingesteld op "OFF".

tStel "A.SCRL-ON" in (pagina 12) of druk op (SCRL) op de kaartafstandsbediening.

Het geluid verspringt.

• Het apparaat is niet goed geïnstalleerd.

tInstalleer het apparaat in een hoek van minder dan 45° op een stabiele plaats in de auto.

Disc defect of vuil.

De bedieningstoetsen werken niet.

De disc wordt niet uitgeworpen.

Druk op de RESET toets (pagina 4).

Radio-ontvangst

Radiozenders kunnen niet worden ontvangen. Het geluid is gestoord.

Sluit de bedieningskabel van de elektrische antenne (blauw) of voedingskabel voor accessoires (rood) aan op de voedingskabel van de auto-antenneversterker (alleen als uw auto is uitgerust met een FM/MW/LW- antenne in de achter- of zijruit).

Controleer de aansluiting van de auto-antenne.

De auto-antenne schuift niet uit.

tControleer de aansluiting van de bedieningskabel van de elektrische antenne.

Controleer de frequentie.

vervolg op volgende pagina t 17