71

Frontpaneel

qInput Jack (INPUT HIGH, LOW)
Sluit de gitaar aan op deze jack. Gitaren met een hoog output niveau moe-
ten aangesloten worden op de LOW jack. Gitaren met een laag output ni-
veau moeten aangesloten worden op de HIGH jack.
* Zet de versterker uit (OFF) alvorens de gitaar aan te sluiten.
eTrim Knop (TRIM)
Wordt gebruikt om het output niveau van de gitaar in overeenstemming te
brengen met het input niveau van de voorversterkers. (zie pagina 74.)
* TRIM niveau instellingen worden niet opgeslagen in het geheugen.
eOutput Niveau Knop (OUTPUT)
Regelt het output volume van de versterker.
Stelt de hoeveelheid voortgebrachte geluid in die wordt gecreëerd door de
voorversterkers GAIN, MASTER, Toon Knoppen, enz. Het volume wordt
bestuurd zonder de toonkwaliteit van de versterker te wijzigen.
* Output niveau instellingen worden niet bewaard in het geheugen.
* Heeft geen effect op het niveau (volume) van de LINE OUT @4 jack.
rGain Volume (GAIN)
Regelt de hoeveelheid vervorming.
* Er wordt geen geluid geproduceerd als de GAIN op 0 wordt gezet, zelfs niet als
het MASTER VOLUME t open staat.
Wanneer de Effect Mode is ingeschakeld, wordt de GAIN knop gebruikt om
de SPEED instelling voor het tremolo effect te regelen. (zie pagina 74.)
tMaster Volume (MASTER)
Regelt het algemene volume van GAIN en toonknoppen instellingen. Het
regelt ook het output niveau van de voorversterker.
* Master niveau instellingen worden opgeslagen in het geheugen.
Wanneer de Effect Mode is ingeschakeld, wordt de MASTER knop gebruikt
om de DEPTH instelling voor het tremolo effect te regelen. (zie pagina
74.)
yTone Knoppen
(TREBLE, HIGH MID, LOW MID, BASS, PRESENCE)
Regelt de niveaus van hun respectivelijke frequenties.
Wanneer de Effect Mode is ingeschakeld, wordt het mogelijk de volgende
instellingen te regelen. (zie pagina 74)
• TREBLE, HIGH MID, LOW MID chorus SPEED, DEPTH, LEVEL
• BASS, PRESENCE tape echo’s TIME, FEED BACK
uReverb Volume (REVERB)
Regelt de hoeveelheid reverb (zie pagina 74.) Als de Effect Mode aan-
staat kunt u met de REVERB knop de LEVEL instelling van de tape echo
wijzigen. (zie pagina 74.)
iAmp Select Button/Amp Select Display
(LEAD 1, 2/DRIVE 1, 2/CRUNCH 1, 2/CLEAN 1, 2)
Selecteert één van de acht vooraf ingestelde versterker typen. Het huidige
geselecteerde versterker type wordt getoond in de display. (zie pagina
74.)
Als de Utility Mode aanstaat, kunt u met deze schakelaars de MIDI functies
en de Luidspreker Simulator aan- en uitzetten (ON of OFF). (zie pagina
77.)
Het Bedieningspaneel
* De DG100-212A wordt getoond in de illustratie.
!2!1 !6

w e t y uq i o !0 !3 !4 !5 !7

DG100-212A/DG80-210A/DG80-112A/DG130HA
* Als de Versterker Selecteer knop wordt ingedrukt, ker en knoppen r-y terug naar
hun vooraf ingestelde posities (GAIN en MASTER =7, Toon Knoppen all = 5). De
positie van de REVERB knop wijzigt niet.
oReverb Type Selecteer Knop (REVERB)
!0 Reverb Type Display Lamp (SPRING, HALL, PLATE)
Druk op de knop om het reverb type te selecteren. De lamp die correspon-
deert van het geselecteerde reverb type licht op. ( pagina 74.)
!1 Mode Select Button (MODE)
!2 Mode Display Lamp (AMP/EFFECT/UTIL.)
Toont de huidige geselecteerde mode.
• AMP (Amp Mode)
Normale speel mode. Alle knoppen op het paneel functioneren zoals ge-
markeerd is. (Tweevoudige functieknoppen functioneren volgens de on-
derste markeringen.) Deze mode wordt automatisch aangezet als een
geheugen wordt opgeroepen.
• EFFECT (Effect Mode) zie pagina 74.
Tweevoudige functieknoppen functioneren volgens de onderste markerin-
gen.
Druk, als u in de Amp Mode bent, eenmaal op de knop en laat
deze snel weer los om naar de Effect Mode te gaan.
• UTIL. (Utility Mode) zie pagina 77.
Stel in deze mode de MIDI functies in en in deze mode kunt u de Luid-
spreker Simulatie aan- en uitzetten (ON/OFF). Druk, als u in de Amp Mode
of Effect Mode bent, op de knop en houdt deze ongeveer één
seconde ingedrukt om naar de Utility Mode te gaan.
!3 Display
Toont Geheugennummers, Program Change Nummers, het MIDI Kanaal,
enz.
!4 / Knoppen
Verhoogt of verlaagt het geheugennummer met 1. Verhoogt of verlaagt ook
waarden met 1. In de Utility Mode verhogen/verlagen deze knoppen waar-
den met 1 of zetten ze de functie aan of uit (ON/OFF). waarden wijzigen
continue als de knop wordt ingedrukt en ingehouden wordt.
!5 Store Knop(STORE)
Bewaar met deze knop de huidige geluidsinstelling in het interne geheugen.
( zie pagina 75.) wordt ook gebruikt om MIDI Bulk Out handelingen uit te
voeren. ( zie pagina 77.)
!6 Recall Knop (RECALL)
Roept de instellingen opgeslagen in het geheugen op. Selecteer met de
/ knoppen een geheugennummer (01 ~ 128), druk vervolgens op de
knop om deze instellingen in het geheugen op te roepen. (zie
pagina 75.)
!7 Aan/uit schakelaar (POwER)
De aan/uit schakelaar van de versterker.
* Zet, om de luidsprekers tegen mogelijke schade te beschermen, het OUTPUT e
volume op “0” alvorens u het apparaat AAN/UIT zet.