Wireless-G-breedbandrouter

Beacon Interval (Bakeninterval). De standaardwaarde is 100. Geef een waarde op tussen 1 en 65.535 milliseconden. De waarde van het bakeninterval geeft het frequentie-interval van het baken aan. Een baken is een pakketbroadcast van de router voor de synchronisatie van het draadloze netwerk.

DTIM Interval (DTIM-interval). Deze waarde, die tussen 1 en 255 ligt, geeft het interval van de Delivery Traffic Indication Message (DTIM) aan. Een DTIM-veld is een aftelveld dat de clients informatie verstrekt over het volgende venster voor het luisteren naar broadcast- en multicast-berichten. Als er zich broadcast- of multicast- berichten voor gekoppelde clients in de buffer van de router bevinden, verzendt de router de volgende DTIM met een DTIM-intervalwaarde. De clients krijgen de bakens door en worden geactiveerd, zodat ze de broadcast- en multicast-berichten ontvangen. De standaardwaarde is 1.

Fragmentation Threshold (Fragmentatiedrempel). Deze waarde geeft de maximale grootte van een pakket aan voordat de gegevens over meerdere pakketten worden verdeeld. Als er zich veel pakketfouten voordoen, kunt u de fragmentatiedrempel iets verhogen. Als u de fragmentatiedrempel te laag instelt, kan dat slechte netwerkprestaties veroorzaken. Het is raadzaam de verlaging van de standaardwaarde tot een minimum te beperken. In de meeste gevallen kan de standaardwaarde 2346 worden gebruikt.

RTS Threshold (RTS-drempel). Bij een inconsistente gegevensstroom is het raadzaam de standaardwaarde

(2347), slechts licht te wijzigen. Als een netwerkpakket kleiner is dan het formaat van de vooraf ingestelde RTS- drempel, wordt de RTS/CTS-techniek niet ingeschakeld. De router verzendt Request to Send-frames (RTS) naar een bepaald ontvangststation en onderhandelt over het verzenden van een gegevensframe. Het draadloze station reageert op de ontvangst van de RTS met Clear to Send-frame (CTS) ter bevestiging van het recht de overdracht te beginnen. De RTS-drempel moet op de standaardwaarde 2347 blijven ingesteld.

AP Isolation (AP-isolatie). Hiermee worden alle draadloze clients en draadloze apparaten in uw netwerk van elkaar geïsoleerd. Draadloze apparaten kunnen communiceren met de router, maar niet met elkaar. Selecteer On (Aan) als u deze functie wilt gebruiken. AP-isolatie is standaard uitgeschakeld.

SecureEasySetup. Met deze optie kunt u de functie SecureEasySetup in- of uitschakelen. Selecteer Disable (Uitschakelen) als u de functie wilt uitschakelen. De knop is dan niet langer verlicht. De functie is standaard ingeschakeld.

Wijzig deze instellingen aan de hand van deze instructies en klik op de knop Save Settings (Instellingen opslaan) als u de wijzigingen wilt toepassen of klik op Cancel Changes (Wijzigingen annuleren) als u de wijzigingen wilt annuleren.

Hoofdstuk 5: De Wireless-G-breedbandrouter configureren

26

Het tabblad Wireless (Draadloos) - Advanced Wireless Settings (Geavanceerde instellingen

Page 577
Image 577
Linksys WRT54G(EU/LA) manual Wireless-G-breedbandrouter