
Opname (2)
De automatisch nummering is actief en
De nummers worden tijdens opname automatisch verhoogd zodra een nummerwijziging via DIGITAAL wordt vastgesteld. Ook wordt een hoger nummer gekozen wanneer een stilte (lager niveau dan het ingestelde) langer dan 3 seconden duurt, wordt het nummer verhoogd zodra het niveau weer hoger wordt dan het ingestelde niveau via ANALOOG.
* Niveau waarop wordt verhoogd
Het niveau waarop een ‘stilte’ wordt gesignaleerd om het nummer te verhogen bij automatische instelling bij opname van externe bronnen via ANALOOG of voor het uitvoeren van synchroon opname van digitale bronnen als CD, MD en DAT.
Deze handleiding beschrijft ‘stilte’ als een opnameniveau dat lager ligt dan het gespecificeerde niveau.
−60, −50, −40, and −30 dB kunnen worden ingesteld.
Zelf instellen (MANUAL – nummers worden niet automatisch verhoogd)
In de MANUAL functie worden nummers niet automatisch verhoogd. Om zelf het nummer met één te verhogen drukt u op
RECORD.
<De instelling kan voor DIGITAL en ANALOG worden bepaald. Standaard bij inschakeling is
ANALOG.
<De gemaakte instelling blijft bewaard tot de spanning wordt uitgeschakeld.
<Wanneer een CD via DIGITAL wordt opgenomen, worden de nummers van de CD overgenomen. Doorgaans is er geen reden dat te wijzigen.
<Soms worden bij digitale opname, ook bij ingeschakeld automatische nummering, de nummers niet automatisch verhoogd, afhankelijk van de digitale bron. In zo’n geval nummert u zelf (zie pagina 19).
<Wanneer u opneemt van digitale uitzendingen of andere bronnen zonder nummers, worden ook geen nummers toegevoegd, ondanks ingeschakelde automatische nummering. Om zelf het nummer met één te verhogen drukt u op RECORD.
<Wanneer u via ANALOG klassieke muziek of andere muziek opneemt met veel stille passages worden de nummers niet correct toegevoegd. In dat geval schakelt u de automatische nummering uit en u verhoogd de nummering zelf door op RECORD te drukken.
<Bij het opnemen van een grammofoonplaat of een andere bron met veel bijgeluiden, kunnen eveneens teveel nummers ontstaan.
<De AUTO/MANUAL functie kan niet worden gewijzigd tijdens opname.
66
Wanneer nummers niet correct zijn toegevoegd
Wanneer u ANALOG opneemt van een bron met veel interferentie, kunnen onbedoeld geen nummers worden verhoogd. In dat geval stelt u het niveau hoger in dan het interferentieniveau.
Wanneer er weinig interferentie is en een nummer start met een zacht geluid gevolgd door een stilte, zal het nummer ook onbedoeld worden verhoogd. Kies dan een hoger niveau.
Druk op RECORD.
en J lichten op in de display en het apparaat gaat in opname/pauze.
<Terwijl “WAITING” wordt aangegeven, werkt geen enkele toets. Wacht een paar seconden tot “WAITING” dooft. Heeft u in stap , de sampling frequentie van de digitale bron gekozen dan verschijnt kort die frequentie na “WAITING” (“FS 44_1K”, “FS 48K” of “FS 32 K”).
<“DIN UNLOCK” verschijnt wanneer het apparaat geen digitaal signaal ontvangt. In dat geval verbindt u de digitaal apparaat met DIGITAL IN, schakel het in en wacht een paar seconden tot het apparaat in
<U kunt niet opnemen wanneer “MONITOR” in de display verschijnt. In dat geval herlaadt u een opneembare disc, wacht een paar seconden tot “NO TOC” en
Zonodig stelt u het opnameniveau in met RECORD LEVEL.
Het opnameniveau kan alleen worden ingesteld wanneer in stap “ANALOG” is gekozen.
Bij het inschakelen is het opnameniveau standaard 0 dB. Meestal is opname mogelijk ook wanneer het opnameniveau niet is gecorrigeerd.