Het zwartniveau van een beeld aanpassen (HELDERHEID)

Pas de helderheid van het beeld aan (zwartniveau)

Opmerking

Als de optie KLEUREN is ingesteld op sRGB, kunt u de optie CONTRAST, HELDERHEID of GAMMA niet aanpassen.

1Druk op de MENU toets.

Het hoofdmenu verschijnt op het scherm.

2Druk op de m/M toetsen om 8 (HELDERHEID) te selecteren en druk vervolgens op de OK toets.

Het HELDERHEID menu verschijnt op het scherm.

3Druk op de m/M toetsen om de helderheid aan te passen en druk vervolgens op de OK toets.

De scherpte en centrering van het beeld aanpassen (SCHERM) (alleen voor analoog RGB signaal)

xDe beeldkwaliteit automatisch aanpassen

Als de monitor een ingangssignaal ontvangt, worden de beeldpositie en -scherpte (fase/pitch) automatisch aangepast zodat er een scherp beeld op het scherm verschijnt (pagina 16).

Opmerkingen

Als de functie voor het automatisch aanpassen van de beeldkwaliteit is geactiveerd, werkt alleen de 1 (aan/uit) schakelaar.

Het kan zijn dat het beeld gedurende deze tijd knippert, maar dit duidt niet op een storing. Wacht een paar seconden tot de instelling is voltooid.

Als het beeld niet volledig wordt aangepast met de functie voor het automatisch aanpassen van de beeldkwaliteit

U kunt de beeldkwaliteit voor het huidige ingangssignaal automatisch verder aanpassen. (Zie AUT. INSTELLEN hieronder.)

Als de beeldkwaliteit nog verder moet worden aangepast

U kunt de scherpte (fase/pitch) en de positie (horizontale / verticale positie) van het beeld handmatig aanpassen.

Deze instellingen worden opgeslagen in het geheugen en automatisch opgeroepen als het beeldscherm hetzelfde ingangssignaal ontvangt.

Het kan zijn dat u deze instellingen opnieuw moet invoeren, als u het ingangssignaal wijzigt nadat u de computer opnieuw hebt aangesloten.

xDe beeldkwaliteit voor het huidige ingangssignaal automatisch verderaanpassen (AUT. INSTELLEN)

Stel de meest geschikte fase, pitch en horizontale/verticale positie voor het huidige ingangssignaal in.

1Druk op de MENU toets.

Het hoofdmenu verschijnt op het scherm.

2Druk op de m/M toetsen om (SCHERM) te selecteren en druk vervolgens op de OK toets.

Het SCHERM menu verschijnt op het scherm.

3Druk op de m/M toetsen om AUT. INSTELLEN te selecteren en druk vervolgens op de OK toets.

Het menu AUT. INSTELLEN verschijnt op het scherm.

4Druk op de m/M toetsen om de optie AAN of UIT te selecteren en druk vervolgens op de OK toets.

AAN: Breng de nodige wijzigingen aan voor de fase, pitch en horizontale/verticale positie van het huidige ingangssignaal en sla deze op.

Opmerking

Als de monitor is ingeschakeld of het ingangssignaal wordt gewijzigd, voert AUT. INSTELLEN automatisch aanpassingen uit.

UIT: AUT. INSTELLEN is niet beschikbaar.

Opmerking

AUT. INSTELLEN werkt automatisch wanneer het ingangssignaal wordt gewijzigd.

5Druk op de m/M toetsen om te selecteren en druk op de OK toets.

Ga terug naar het menuscherm.

xPas de beeldscherpte en de positie handmatig aan (PITCH/FASE/H

CENTRERING/V CENTRERING)

U kunt de scherpte van het beeld als volgt aanpassen. Deze aanpassing is effectief als de computer is aangesloten op de HD15-ingang van de monitor (analoge RGB).

1Stel de resolutie op de computer in op 1.280 1.024.

2Plaats de CD-ROM in het CD-ROM-station.

3Start de CD-ROM Voor Windows

Als de automatische startmodus loopt:

Selecteer het gebied, de taal en het model en klik op Hulpprogramma voor instellen van monitor (UTILITY).

4Klik op "Adjust" en bevestig de huidige resolutie (bovenste waarde) en de aanbevolen resolutie (onderste waarde), en klik vervolgens op "Next".

Het testpatroon voor PITCH verschijnt.

5Druk op de MENU toets.

Het hoofdmenu verschijnt op het scherm.

6Druk op de m/M toetsen om (SCHERM) te selecteren en druk op de OK toets.

Het SCHERM menu verschijnt op het scherm.

11 (NL)