7 Het gedeelte Selected Channel gebruiken
70 PM5D/PM5D-RH V2 / DSP5D Gebruikershandleiding Gedeelte Bediening
ECodeur EQ [Q]
Wijzigt de Q (helling) van elke band. Deze codeur doet
niets voor bands waarvan het EQ-type op shelving, LPF
of HPF is ingesteld.
FCodeur EQ [FREQUENCY]
Wijzigt de centrale frequentie (of afsnijfrequentie)
waarbij elke band versterkt of afgesneden wordt.
GIndicator EQ [FREQUENCY]
Wijzigt de centrale frequentie (of afsnijfrequentie)
waarbij elke band versterkt of afgesneden wordt, in
kHz of Hz. (De indicator voor het geselecteerde
apparaat gaat branden.)
HCodeur EQ [GAIN]
Past de hoeveelheid versterking/verzwakking aan van
elke band.
IToets [ ]
Als deze toets is ingeschakeld, wordt het
overeenkomstige LOW-band EQ-type overgeschakeld
naar een shelving-type. In dit geval heeft de LOW-band
knop EQ [Q] geen functie.
Handelingen in het gedeelte SELECTED CHANNEL
Het gedeelte SELECTED CHANNEL bestuurt altijd het
kanaal dat het laatst was geselecteerd door op de toets
[SEL] te drukken.
Druk op een [SEL]-toets van de INPUT channel strip of ST
IN/FX RTN channel strip om een ingangskanaal te
selecteren. (Wissel indien nodig de laag voordat u op een
[SEL]-toets drukt.) Druk op een [SEL]-toets in het gedeelte
MIX, MATRIX of STEREO A/B-channel strip om een
uitgangskanaal te selecteren.
1Druk op een [SEL]-toets om het kanaal te
selecteren dat u wilt besturen.
Het nummer en de naam van het huidige geselecteerde
kanaal wordt weergegeven in het gedeelte SELECTED
CH onderaan links van de display en door de
naamindicator en nummerindicator in het gedeelte
SELECTED CHANNEL.
Opmerking
Als de console in cascadeverbinding staat met de DSP5D,
toont het veld MACHINE ID het ID-nummer van de machine.
Het nummer dat in de nummerindicator wordt
weergegeven is als volgt. Als een kanaal een paar vormt,
gaat het decimale punt voor de laagste plaats branden.
Voor een FX RTN-kanaal gaat het decimale punt voor
de hoogste plaats branden.
Tip
In het geval van stereokanalen (ST IN/FX RTN-kanalen,
STEREO A/B-kanalen) kunt u wisselen tussen L/R door op
dezelfde [SEL]-toets te drukken.
U kunt het kanaal ook wisselen met de toets CH [DEC] / CH
[INC] van het gedeelte SELECTED CHANNEL.
2Gebruik de regelaars van het gedeelte
SELECTED CHANNEL om de parameters van
het geselecteerde kanaal te bewerken.
Als u een kanaal selecteert in stap 1 worden de
parameterwaarden van dat kanaal weergegeven door de
leds en indicatoren van het gedeelte SELECTED
CHANNEL. Deze parameters kunnen worden bewerkt
met de regelaars van het gedeelte SELECTED
CHANNEL.
Tip
De werking van gate, compressor en EQ/HPF worden in het
tweede deel van dit hoofdstuk uitgelegd. Raadpleeg het
juiste gedeelte voor meer informatie.
Voor meer informatie over de werking van DCA-groepen en
mute-groepen, raadpleeg p. 82, 83.
Als u een parameter bestuurt die geselecteerd is voor AUTO
DISPLAY in het scherm PREFERENCE 1, verschijnt het
scherm dat met die parameter wordt geassocieerd
automatisch.
3Ga op dezelfde manier te werk om andere
ingangskanalen te selecteren en hun
parameters te bewerken.

Een kanaal selecteren en

de parameters wijzigen

CH 1
Nummer van het geselecteerde kanaal
Naam van het geselecteerde kanaal
Naam
indicator
De naam
van het
geselec-
teerde
kanaal
Nummer-
indicator
Het nummer
van het
geselec-
teerde
kanaal
Geselecteerd kanaal Nummerindicator
Ingangskanalen 1–48 1–48
ST IN/FX RTN-kanalen 1–4 (L/R) 1L./1r. – 4L./4r.
MIX-kanalen 1–24 1–24
MATRIX-kanalen 1–8 1–8
STEREO A/B-kanalen (L/R) AL., Ar., BL., Br.